Het boek is de vertaling van het reisverhaal ‘De reizen van radèn mas arjo Poerwolelono’, opgetekend door de Javaanse edelman radèn mas adipati arjo Tjondronegoro, regent van Kudus. Met de auteur reizen wij door het negentiende-eeuwse koloniale Java, langs tal van plaatsen die ook bij de huidige toerist nog in trek zijn. Hij toont ons het landschap vol bijzondere natuurverschijnselen en ruïnes van oude beschavingen, maakt ons deelgenoot van de vernuftigheden van de moderne techniek, vertelt verhalen uit de overlevering en bekritiseert de eigenaardigheden van het koloniale bestel. Menigeen met banden met of belangstelling voor het vroegere Indië biedt dit reisverhaal momenten van herkenning. Als hoge bestuursambtenaar en geletterde aristocraat vervulde Tjondronegoro een actieve rol in het ‘maatschappelijk spel’ van zijn tijd. Uitstekend op de hoogte van de westerse cultuur en literatuur, maar tegelijk doordrongen van de Javaanse waarden en tradities, pleitte hij voor meer en beter onderwijs en voor de verbreiding van de Javaanse letterkunde. Zijn reisverslag levert een boeiende kijk op ontwikkelingen in de voormalige kolonie in het algemeen en de hybride wereld van de elite in het bijzonder.
Frans Koot werkte na zijn studie Nederlandse taal- en letterkunde als uitgever en voltooide daarna zijn studie Javaanse taal en cultuur in Leiden.